Print deze pagina
« Vorige | Deze week | Volgende »

Nieuws van de Week

week 27,  2015

Inhoud

Colofon

Het nieuws van de week wordt samengesteld door diverse enthousiaste collega’s.

Indien u wilt reageren op het Nieuws van de Week, dan kunt u uw reactie sturen aan de redactie

KBvG nieuws

Reminder: Groot ledenonderzoek

U bent uitgenodigd om deel te nemen aan het Groot Ledenonderzoek. Heeft u de enquete al ingevuld? Zo niet, grijp dan nog uw kans. U kunt tot vrijdag nog gebruik maken van de mogelijkheid om uw mening te geven.

Kabinetsreactie op het preadvies 'Naar een nieuwe beslagvrije voet'

Lees verder.

In naam van de Koning

Vanaf vandaag, 1 juli 2015, moet de aanhef van dwangbevelen, grossen, vonnissen en andere documenten die een executoriale titel verschaffen luiden In Naam van de Koning. Dat geldt voor alle dwangbevelen, grossen, vonnissn en andere documenten die een executoriale titel verschaffen die met ingang van vandaag gemaakt, verstrekt en/of afgegeven worden.
De wetswijziging strekt er toe de archaïsche aanhef «In naam des Konings» of in «In naam der Koningin» die voor de desbetreffende documenten is voorgeschreven, te wijzigen in een hedendaags equivalent («In naam van de Koning»). Lees verder.

#digpub

Banner Digitaal publiceren3

Verslag ledenraad 25 juni 2015

Op 25 juni vond een vergadering van de ledenraad van de KBvG plaats. Zoals te doen gebruikelijk passeerden diverse onderwerpen de revue. De belangrijkste was de vaststelling van de Verordening Digitaal beslagregister voor gerechtsdeurwaarders. De stemming was unaniem. Voorafgaand werd besloten over een amendement met betrekking tot artikel 8 lid 2 van deze verordening. Over dit amendement werd positief besloten. Enkele andere onderwerpen die geagendeerd stonden: van gedachten is gewisseld over het reglement beslagregister, dat reglement wordt verder uitgewerkt. Ook heeft de ledenraad wijzigingen in het reglement KBvG Normen voor Kwaliteit besproken naar aanleiding van de evaluatie van de KBvG Normen voor Kwaliteit. Ook de andere documenten van de Normen voor Kwaliteit worden herzien. De ledenraad heeft de leden van de commissie Toetsing kwaliteit benoemd op voordracht van het bestuur. Tot slot is de conceptbegroting voor het jaar 2016 voor de eerste keer besproken.

Wetgevingsnieuws

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde de werking van de inschrijving van de koop van een registergoed in de openbare registers te verbeteren (34 148)

Nota van wijziging

Invoeringsrijkswet vereenvoudiging en digitalisering procesrecht en uitbreiding prejudiciële vragen (34 237)

Voorstel van wet

Memorie van toelichting

Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting (24 515)

Brief staatssecretaris aan de Tweede Kamer.

Bijlage jongvolwassenen en schulden.

Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven

Lees verder.

Besluit van 19 juni 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enige nog niet in werking gestelde artikelen van de Verzamelwet Veiligheid en Justitie 2013

Lees verder.

Antwoorden Kamervragen deurwaarders

De beantwoording van de Kamervragen over het bericht dat gerechtsdeurwaarders onterechte winsten zouden maken is naar de Tweede Kamer verstuurd. De Kamervragen werden op 10 juni ingediend door het lid Recourt (PvdA). Dijkhoff geeft aan dat hij geen aanleiding ziet om te veronderstellen dat gerechtsdeurwaarders winst zouden maken op ambtsberichten. Lees verder.

Jurisprudentie

ECLI:NL:GHSHE:2015:2423

Verkoop (activa van) onderneming; uitleg overeenkomst; misbruik van recht door instellen vordering? Dwaling? Belang bij vordering nodig? (artikel 3:303 BW). Lees verder.

ECLI:NL:GHDHA:2015:1717

Geldvordering, verjaring en berekening indexering, geen rechtsverwerking of toepassing art 6:248, lid 2 BW, vergissing in tenaamstelling; hierdoor geen onredelijke benadeling ex art 122. lid 1 Rv. Lees verder.

ECLI:NL:PHR:2015:574

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Terugvordering van koopsom die op rekening van derde is betaald. Is derde partij bij koopovereenkomst? (Bevrijdende) betaling, art.6:32-34 BW. Onverschuldigde betaling, art. 6:203 BW. Ongerechtvaardigde verrijking, art. 6:212 BW. Lees verder.

ECLI:NL:PHR:2015:406

Parket bij de Hoge Raad. Personen- en familierecht. Machtiging curatele (art. 1:386 BW). Verkoop van een pand (art. 1:345 lid 1 BW). Belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1 Rv. Lees verder.

ECLI:NL:PHR:2015:809

Parket bij de Hoge Raad. Executiegeschil. 3. De klachten van de middelen rechtvaardigen naar mijn mening geen behandeling in cassatie omdat zij klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden. In een executiegeschil kan alleen de executie zelf voorwerp van geschil zijn, niet meer de hoofdzaak waarin vonnis is gewezen. Het vonnis geeft de executant de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging. Er kunnen geen inhoudelijke bezwaren tegen het vonnis meer worden aangevoerd. De rechter kan slechts staking van de executie bevelen als de executant misbruik van zijn executiebevoegdheid zou maken door de tenuitvoerlegging door te zetten (art. 3:13 BW). Lees verder.

Tuchtrecht

KvG 25 maart 2015, 205.2015

Negatieve bewaringspositie. Ontzetting. Lees verder.

KvG 29 mei 2015, 437.2014

R.o. 4.4 De Kamer acht het wel tuchtrechtelijk laakbaar dat de gerechtsdeurwaarder de sleutel van het slot na beslag eerst tegen betaling van de kosten aan schuldenaar heeft afgegeven. De beslaglegging diende in alle opzichten op een voor schuldenaar zo min mogelijk belastende wijze te geschieden. De Kamer neemt aan dat het de door de gerechtsdeurwaarder ingeschakelde slotenmaker niet is gelukt de deur te openen zonder het oude slot te vervangen. Op zich kunnen dan de kosten (verschotten) verbonden aan de vervanging van het slot met in achtneming van het bepaalde in artikel 9 Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders worden meegenomen in de kosten van het proces verbaal van beslaglegging en aldus ook op schuldenaar worden verhaald. Maar het gaat niet aan om schuldenaar de toegang tot haar huis onmogelijk te maken zolang deze kosten niet werden voldaan. Daar komt bij dat in de brief van 1 mei 2014, waarin wordt aangegeven dat de sleutels van het nieuw geplaatste slot op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder verkrijgbaar waren, niet staat aangegeven dat de sleutels alleen verkrijgbaar waren tegen betaling van de kosten. Dit heeft de kwestie voor schuldenaar nog eens onnodig extra problematisch gemaakt. Lees verder.

KvG 29 mei 2015, 560.2014

R.o. 4.6 Uit de onder 1 a van de feiten vermelde e-mail blijkt dat uitdrukkelijk opdracht is gegeven de dagvaarding op 28 februari 2014 te betekenen. Dat volgt uit de mededeling in de e-mail dat de dagvaarding op die dag diende te worden betekend Naar het oordeel van de Kamer heeft klager ter zitting terecht aangevoerd dat niet valt in te zien om welke reden de dagvaarding niet met onleesbare producties had kunnen worden betekend. Ter zitting is gebleken dat de bijlagen bestonden uit ongeveer 100 pagina’s waarvan er enkele niet leesbaar waren. Dat de persoon die namens de gedaagde partij werd aangetroffen het afschrift niet in ontvangst wenste te nemen, is naar het oordeel van de Kamer geen geldige reden om de dagvaarding niet te betekenen. De gerechtsdeurwaarder had in die situatie toepassing moeten geven aan het bepaalde in artikel 46 lid 3 Rv. Dit klemt temeer nu de gerechtsdeurwaarder bij zorgvuldige lezing van de dagvaarding had kunnen weten dat er sprake was van een fatale termijn. Het klachtonderdeel treft doel en dient gegrond te worden verklaard. R.o. 4.7 Naar het oordeel van de Kamer is ook gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 6 van de Beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders door eerst op woensdag 5 maart 2014 contact op te nemen met (het kantoor van klager). Volgens de toelichting op dit artikel dient de opdrachtgever, indien de opdracht om welke reden dan ook niet of niet onmiddellijk kan worden uitgevoerd, de gelegenheid te krijgen de opdracht elders te laten uitvoeren of aanvullende informatie te verschaffen teneinde het de gerechtsdeurwaarder mogelijk te maken de opdracht alsnog uit te voeren. Tijd is hierbij vaak een element van cruciaal belang. Daarom moet de gerechtsdeurwaarder de opdrachtgever onverwijld ter zake informeren. Onverwijld moet in het licht van deze toelichting naar het oordeel van de Kamer letterlijk worden genomen. Dus in de zin van dadelijk of ogenblikkelijk, zonder uitstel. Daarvan kan niet worden gesproken als eerst drie werkdagen na de vergeefse betekening contact met klager wordt opgenomen. Ook dit klachtonderdeel is terecht voorgesteld. Lees verder.

KvG 24 februari 2015, 880.2014

R.o. 2.5 De Kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder met dit antwoord op geen enkele wijze inzicht heeft gegeven in de omvang van de bedragen die volgens hem zouden zijn afgedragen en de tijdstippen waarop dit heeft plaatsgevonden. Zijn verweer tegen de klacht dat hij niet in staat was tot restitutie, omdat de geleden al aan zijn opdrachtgever waren doorbetaald, is daarmee onvoldoende onderbouwd. Een tussentijdse afdracht is bovendien niet hetzelfde als interne verrekening van kosten met de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder. In het laatste geval blijven de gelden in de macht van de gerechtsdeurwaarder en kan hij deze aanwenden voor de terugbetaling aan de debiteur zo daartoe aanleiding is. Het recht van een debiteur op terugbetaling van te veel ingehouden bedragen wordt niet opzij gezet doordat de ontvangen gelden worden bestemd ter dekking van gemaakte kosten. De gelden blijven immers in de macht van de gerechtsdeurwaarder. Klager heeft in zijn nadere reactie in dit verband ook terecht gesteld dat de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken over een tussentijdse verrekening met zijn kosten. Die gelden zijn dus niet doorbetaald aan de opdrachtgever. Dit laatste kan naar het oordeel van de Kamer nu inderdaad niet worden vastgesteld. Daarmee dient de klacht alsnog gegrond te worden verklaard, omdat niet is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet in staat was tot restitutie en door de gerechtsdeurwaarder niet is weersproken dat klager voor die restitutie op zich wel in aanmerking kwam. Het is tuchtrechtelijk laakbaar indien bij een beslaglegging teveel ingehouden gelden die in beginsel dienen te worden gerestitueerd, niet onverwijld  worden terugbetaald. Gelet op de ernst van de gedraging acht de Kamer na te melden maatregel op zijn plaats. Lees verder.

KvG 7 april 2015, 568.2014

R.o. 4.2 De kern van de klacht is dat er in [ ] een nevenkantoor wordt gehouden met de (pro forma) vermelding van de naam incassokantoor, maar met duidelijke verwijzingen naar de organisatie van de gerechtsdeurwaarder, zonder de daarvoor vereiste toestemming van de Minister. 4.3 Bij de beoordeling van de vraag of het incassokantoor te [ ] als nevenkantoor in de zin van artikel 16 lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet moet worden gezien, dient concreet te worden onderzocht of er sprake is van een dusdanige verwevenheid tussen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder en het incassokantoor dat daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan in die zin dat gedacht kan worden met een gerechtsdeurwaarderskantoor te maken te hebben (...). 4.4 Ter zitting is gebleken dat het incassokantoor te [ ] hetzelfde beeldmerk en dezelfde ‘groepsnaam’ als de gerechtsdeurwaarder gebruikt. Daarnaast wordt het kantoor te [ ] op de website van de gerechtsdeurwaarder vermeld, zij het met de toevoeging ‘incassobureau’. De Kamer is van oordeel dat als gevolg hiervan het incassokantoor als onderdeel van de organisatie van de gerechtsdeurwaarder, zijnde [ ] , wordt gepresenteerd. Aldus is sprake van een dusdanige samenhang of verwevenheid tussen het gerechtsdeurwaarderskantoor en het incassokantoor dat daardoor verwarring bij het publiek kan ontstaan. Lees verder.

KvG 13 januari 2015, 243.2014

R.o. 6.2 De gerechtsdeurwaarder heeft zich verweerd met de stelling dat er in het dossier van klagers en in twee of drie andere dossiers onjuiste (executie)kosten in rekening zijn gebracht door een nieuwe medewerker die onvoldoende was ingewerkt en onder druk moesten werken. De Kamer stelt vast dat dit in het dossier van klagers is gebeurd in de periode tussen 31 januari 2013 en 8 januari 2014. Gelet op de duur van deze periode is, bij gebreke van een deugdelijke verklaring, welke de gerechtsdeurwaarder ter zitting desgevraagd niet heeft gegeven, voorshands niet aannemelijk dat het hierbij gaat om incidentele fouten, gemaakt door één nieuwe medewerker. Daarbij is (ook) van belang dat de gerechtsdeurwaarder ter zitting heeft verklaard dat de nieuwe medewerker haar werkzaamheden heeft aangevangen vanaf april 2013, terwijl in de daaraan voorafgegane periode in het dossier van klagers sprake is van in ieder geval één onterechte kostenpost, namelijk de administratie kosten ad € 25,00 d.d. 7 maart 2013. De stelling van de gerechtsdeurwaarder, dat de ten onrechte aan klagers in rekening gebrachte bedragen door zijn opdrachtnemer aan hem waren te betalen, oordeelt de Kamer voorshands evenmin aannemelijk. Het gaat ten deze namelijk niet alleen om ten onrechte in rekening gebrachte executiekosten, doch ook om verrichtingen waarvoor (te) hoge vergoedingen zijn gerekend. Het is niet aannemelijk dat een opdrachtgever dergelijke hoge kosten accepteert. De Kamer acht verder van belang dat de gerechtsdeurwaarder ter zitting desgevraagd geen toelichting heeft geven op welke werkzaamheden de posten informatie inkomstenbron en herhaald bevel + aanzegging beslag roerende zaken betrekking hebben, terwijl evenmin duidelijk is geworden waarom er op 3 verschillende data een informatie UWV is geboekt met telkens een ten laste van klagers komend kostenbedrag van € 25,00. Lees verder.

KvG 24 maart 2015, 494.2014

R.o. 3 De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat in juli 2012 een familielid van klager contact met hem heeft gezocht. Zij gaf te kennen iets te willen betekenen in de penibele situatie van klager en zijn echtgenote. Zij wilde wel een bedrag tegen finale kwijting voorstellen. In dit verband is haar door een van de medewerkers van de gerechtsdeurwaarder opgave van de schulden van klager gedaan. (...) De gerechtsdeurwaarder ging er vanuit in het belang van klager te hebben gehandeld door een finale kwijting te bewerkstelligen en is er kennelijk onterecht vanuit gegaan dat klager hiermee akkoord was.  r.o. 4.2 Het verstrekken van gegevens van klager zonder zijn toestemming aan een derde is in strijd met artikel 5 van de Beroeps- en gedragsregels voor gerechtsdeurwaarders (de geheimhoudingsplicht) en de Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens (Staatscourant 2004, nr. 33). De door de gerechtsdeurwaarder aangevoerde argumenten verklaren zijn handelwijze, maar rechtvaardigen die niet. Nu de privacy van debiteuren c.q. de wederpartij dient te worden gewaarborgd acht de Kamer na te noemen maatregel op zijn plaats. Lees verder.

KvG 24 maart 2015, 155.2014

Executie van een alimentatiebeschikking. R.o. 4.4 Dat nadien vast is komen te staan dat de opdrachtgever de gerechtsdeurwaarder niet volledig c.q. onjuist heeft geïnformeerd is een omstandigheid die de gerechts-deurwaarder niet kan worden toegerekend. Wel is het zo dat op een bepaald moment de ministerieplicht ten opzichte van de opdrachtgever ophoudt en misbruik van bevoegdheid ten opzichte van de wederpartij begint. Nu de gerechtsdeurwaarder, zodra hij over nadere informatie beschikte, zijn ministerieplicht heeft geweigerd, aan klager heeft medegedeeld dat de betekening onjuist was en de onderhavige zaak heeft gesloten, heeft hij gehandeld zoals dat van een redelijk handelend gerechtsdeurwaarder mag worden verwacht. Van tuchtrechtelijk laakbaar handelen is dan ook geen sprake. Lees verder.

KvG 3 maart 2015, 571.2014

R.o. 5.4 Bij de beoordeling van de klacht dient tot uitgangspunt dat de wetgever aan een beslag onder een bank geen beslagvrije voet heeft verbonden. Het betreft hier namelijk geen beslag op een vordering tot periodieke betaling. Dit betekent echter niet dat een schuldeiser zich in het geheel geen rekenschap hoeft te geven van de gevolgen van het leggen van een dergelijk beslag. Uit (civiele)rechtspraak (LJN: BB3135 en LJN: BK3544) blijkt dat er omstandigheden kunnen zijn waardoor er bij het leggen van een dergelijk beslag sprake kan zijn van misbruik van recht of een onrechtmatig gelegd beslag. Dat kan het geval zijn als de regeling van artikel 475c Rv bewust zou worden ontdoken. R.o. 5.6 (...)Hij heeft de stukken die klaagster heeft overgelegd, voorgelegd aan zijn opdrachtgever, maar die heeft daarin geen aanleiding gevonden de gerechtsdeurwaarder opdracht te geven het beslag op te heffen. Zonder toestemming van zijn opdrachtgever kan de gerechtsdeurwaarder het beslag niet opheffen. De opdrachtgever heeft ervoor gekozen het risico te nemen dat middels een executiegeschil toch een beslagvrije voet zou worden toegepast. Lees verder.

KvG 9 juni 2015, 253.2015

R.o. 4.8 Ten aanzien van het beslag op het vakantiegeld van klaagster geldt het volgende. In het door klaagster genoemde arrest van de Hoge Raad van 14 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3068) heeft de Hoge Raad beslist dat in de maand waarin het vakantiegeld wordt uitbetaald, de gerechtsdeurwaarder, als het inkomen in de voorgaande maanden lager was dan de beslagvrije voet, daar rekening mee moet houden. Tot aan dat arrest werd er in de praktijk vanuit gegaan dat ook het vakantiegeld (grotendeels) onder het beslag viel. Dat de Hoge Raad daarover thans anders heeft geoordeeld, kan niet met terugwerkende kracht aan de gerechtsdeurwaarder worden tegengeworpen. Het is ook niet aan de tuchtrechter, die slechts oordeelt of er tuchtrechtelijk laakbaar is gehandeld, hierover een oordeel te geven. Lees verder.

Agenda

juli

1

KBvG auditorendag

3

KBvG Vacaturecommissie

6

KBvG Bestuursvergadering

9

KBvG Werkgroep RI&E

10

KBvG Commissie meerjarenbeleid

Actualiteiten

Enige vertraging digitalisering rechtspraak nu zeker

​Het is vanaf vandaag zeker dat 1 januari 2016 als ingangsdatum voor een volledig digitale rechtspraak in civiel – en bestuursrecht niet wordt gehaald. Om 1 januari te halen, moest de benodigde wetgeving uiterlijk 1 juli door de Eerste en Tweede Kamer zijn aangenomen. Lees verder op Rechtspraak.nl.

Burgers worden vanaf 1 juli digitaal opgeroepen

Bekendmakingen aan burgers zonder bekende woon- of verblijfplaats verdwijnen uit de dagbladen en verschijnen voortaan in de digitale Staatscourant. De oproepen zijn te vinden op https://zoek.overheid.nl/oproepingen Deze modernere manier van publiceren bespaart advertentiekosten en is beter toegankelijk. Er komt één loket, wat de duidelijkheid en de overzichtelijkheid voor de burger ten goede komt. Dit blijkt uit een wet over bekendmakingen aan personen zonder bekende woon- of verblijfplaats die op 1 juli 2015 in werking treedt.
Al verandert de manier van publiceren, dat geldt niet voor de noodzaak om burgers in het openbaar op te roepen. Dat is namelijk hét middel om iemand die niet te bereiken is op een bekend adres toch te informeren. Maar dat moet dan wel eigentijds en effectief gebeuren. Het gaat bijvoorbeeld om personen aan wie de deurwaarder, in het kader van een civiele procedure, een dagvaarding moet uitbrengen en om personen van wie gijzeling wordt gevraagd, omdat verkeers- of geldboetes onbetaald blijven. Ook belanghebbenden in een verzoekschriftprocedure, zoals ouders die gehoord moeten worden over een ondertoezichtstelling van hun kind(eren), maar die niet zijn verschenen in de procedure, worden digitaal opgeroepen.
De keuze voor de digitale Staatscourant ligt voor de hand. (Mobiel) internet heeft een groter bereik dan de papieren krant en is op openbare plaatsen voor eenieder toegankelijk. Dat vergroot de kans dat burgers zonder bekende woon- of verblijfplaats een oproep om op zitting te verschijnen daadwerkelijk onder ogen krijgen. Onderzoek van gerechtsdeurwaarders leert dat op berichten in (papieren) dagbladen niet of nauwelijks wordt gereageerd.
De Staatscourant is een uitgave van de overheid, een abonnement is niet nodig. Burgers kunnen de informatie gratis raadplegen. Een groot voordeel ten opzichte van (papieren) dagbladen, die ze vaak eerst moeten aanschaffen. Ook kunnen burgers zich per e-mail laten attenderen op bekendmakingen waarin bijvoorbeeld de eigen voorletter(s) en achternaam voorkomen.
Iemand zonder bekende woon- of verblijfplaats krijgt vier maanden de tijd om kennis te nemen van een bekendmaking in de Staatscourant. Na deze termijn is de publicatie nog wel in de Staatscourant te vinden, maar kan er niet meer op naam worden gezocht. Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) wil met het oog op de privacy de termijn voor het zoeken op naam niet onnodig lang maken, maar wel lang genoeg om een persoon in een procedure op te roepen.

PLEIT 2015

PLEIT2015 is de kennisdag over ICT voor de juridische praktijk. In drie jaar tijd is PLEIT uitgegroeid tot een toonaangevend juridisch event over ICT. PLEIT2015 vindt plaats op dinsdag 6 oktober 2015 in De Fabrique in Utrecht. Bent u advocaat, notaris of deurwaarder? of bent u werkzaam in een van bovenstaande branches? U kunt zich hier aanmelden.

Zes suggesties voor verbetering van de toegang tot het recht

24 vooraanstaande personen in en om de juridische sector komen met een zestal suggesties om de toegang tot het recht te verbeteren voor mensen met lagere inkomen. De opstellers zijn onder meer rechters, universiteitsbestuurders, partners van advocatenkantoren en directeuren van juridische organisaties. Lees verder op Mr.online.nl.

Column: Help! De kwaliteitstoets komt eraan!

Ik had nog zo gewaarschuwd. In een stukje van tien jaar geleden vroeg ik de Nederlandse advocaten hun stem te verheffen tegen kwalijke ontwikkelingen als kwaliteitstoetsen. Ik wilde vanaf toen in ieder geval kunnen zeggen dat ik had gewaarschuwd. Bij deze: ik heb gewaarschuwd. Tevergeefs. De apparatsjiks, die jeuk krijgen van het concept vrij beroep en die niets liever willen dan advocaten knechten en kooien, hebben alsnog gewonnen. De ‘kwaliteitstoets bij advocaten’ komt eraan, waarschijnlijk per 1 januari 2016. Lees verder op Advocatie.nl. Ook Advocatenblad.nl heeft aandacht voor dit onderwerp.

Vernieuwde beroepsopleiding advocaten wordt minder zwaar

De vorig jaar vernieuwde Beroepsopleiding Advocaten wordt een stuk minder zwaar, met het doel de studiedruk voor stagiaires te verminderen. Dit werd woensdag duidelijk tijdens de vergadering van het college van afgevaardigden van de NOvA, meldt het Advocatenblad. Met dit besluit wordt gehoor gegeven aan een tussentijdse evaluatie over de opleiding: de Algemene Raad neemt de aanbevelingen integraal over. Lees verder op Advocatie.nl.