Print deze pagina
« Vorige | Deze week | Volgende »

Nieuws van de Week

week 15,  2018

Inhoud

Colofon

Het nieuws van de week wordt samengesteld door diverse enthousiaste collega’s.

Indien u wilt reageren op het Nieuws van de Week, dan kunt u uw reactie sturen aan de redactie

KBvG nieuws

De rol van de gerechtsdeurwaarder bij de oproeping voor arbitrage

De Kamervragen van Van Nispen en Van Dijk (SP) over e-court zullen naar verwachting binnenkort worden beantwoord. De KBvG heeft de minister nog eens onze visie op een en ander toegelicht, waaronder de rol van de gerechtsdeurwaarder bij de oproeping voor een arbitrageprocedure. 

De KBvG heeft een standpunt gepubliceerd naar aanleiding van het rapport van de sociaal raadslieden over ‘commerciële rechtspraak’ en dat standpunt zag op de rol van de gerechtsdeurwaarder bij de oproeping voor arbitrage. Dat standpunt is gebaseerd op de KBvG notitie uit februari 2016, getiteld: ‘Elk exploot is een ambtshandeling’. Deze notitie werd ingegeven door de juridische onduidelijkheid die was ontstaan door een uitspraak van de tuchtrechter, die besliste dat het de deurwaarder vrij staat ‘een oproeping (in dit geval) voor een bindend advies procedure bij exploot uit te brengen’ (zie Kamer voor Gerechtsdeurwaarders 8 februari 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0533). In dezelfde beslissing merkte de tuchtrechter echter op dat deze oproeping niet als een ambtshandeling mocht worden gezien. De onduidelijkheid werd versterkt door uitspraken van de minister bij de totstandkoming van de (gewijzigde) Gerechtsdeurwaarderswet over de gewenste uitbreiding van artikel 2 GDW met exploten op de voet van 3:37 BW. Die groeiende onduidelijkheid was de reden voor de KBvG voor het opstellen van ‘Elk exploot is een ambtshandeling’. Pijler van het KBvG standpunt is dat artikel 3:37 lid 2 BW stelt dat de verklaring die schriftelijk MOET ook bij exploot MAG. En dát exploot is dan per definitie een ambtshandeling.

23rd International Congress of the UIHJ

Van 1 t/m 4 mei vindt het 23e Internationale Congres plaats van de UIHJ, deze keer in Bangkok. Leest u hier het programma. Aan de workshops die gehouden worden tijdens het congres, zijn 10 PE-punten toegekend.

BFT: steeds meer deurwaarderskantoren ‘hoog risico’

Het jaarverslag over 2017 van het BFT is gepubliceerd op hun website. met daarin onder meer de mededeling dat het integrale toezicht (sinds 1 juli 2016) het BFT voor nieuwe vragen stelt, zoals de vraag "of en in hoeverre een toezichthouder behulpzaam mag zijn om maatschappelijke actuele problemen aan te pakken binnen zijn domein en daarmee een adviesfunctie te vervullen. Maar ook de vraag naar de prioriteitstelling: op welk vraagstuk richt zich de beperkte toezicht capaciteit van het BFT en wat krijgt minder aandacht." Het BFT rapporteert voorts dat het financiële toezicht op de gerechtsdeurwaarders in 2017 is uitgeoefend door ongeveer 2,2 fte, derhalve ongeveer 75 gerechtsdeurwaarderskantoren per FTE. Het integrale toezicht op de gerechtsdeurwaarders is in 2017 uitgeoefend "door nog geen 1,5 FTE". Stonden er eind 2016 (en eind 2015) nog 22 gerechtsdeurwaarderskantoren op een hoog risico, een jaar later was dat gestegen tot 31, aldus het BFT.

Wetgevingsnieuws

Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

Voorlopig verslag

Antwoord op vragen over het bericht “Koopkracht gezinnen in veertig jaar amper gestegen”

Lees hier verder

Reactie op het rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) “Armoede en sociale uitsluiting 2018”

Lees hier verder

Antwoord op vragen over het bericht «Geruïneerd door het faillissement van iemand anders»

Lees hier verder

Vragen over de sterke rechtspositie van banken in het geval van insolventie

Lees hier verder

Vragen over de herziening van het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand

Lees hier verder

Verzamelwet Justitie en Veiligheid 2018

Verbeteringen in enkele wetten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid

Vragen over het financiële fiasco rondom het Haagse Institute for Global Justice

Lees hier, hier en hier verder.

Tuchtrecht

ECLI:NL:TGDKG:2018:38 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De kamer is van oordeel dat het in dit geval op de weg van de gerechtsdeurwaarder had gelegen om bij de opdrachtgever na te gaan of het standpunt van klager dat er inmiddels bij het Hof was geschikt juist was en de bewijslast niet bij klager neer te leggen. Dit mede gelet op de omstandigheid dat klager het rolnummer van de zaak aan de medewerker heeft doorgegeven en daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een zaak was, hetgeen bovendien door het noemen van het nummer eenvoudig te verifiëren was. Verzet gegrond, geen termen aanwezig voor het opleggen van een maatregel. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:34 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De kamer acht het klachtwaardig dat de gerechtsdeurwaarder op een bepaald moment een uurtarief is gaan rekenen zonder klagers hiervan op de hoogte te stellen en te houden. De enkele verwijzing van de gerechtsdeurwaarder naar de algemene voorwaarden, nog afgezien van de vraag of klagers hierover beschikten, is te weinig om het berekenen van een uurtarief te rechtvaardigen. De kamer ziet niet in waarom de gerechtsdeurwaarder niet gelijk is overgegaan tot het overdragen van het gehele dossier, nadat de advocaat van klagers heeft aangegeven dat klagers de overeenkomst met de gerechtsdeurwaarder hadden opgezegd en om het dossier hebben verzocht. Verder heeft de gerechtsdeurwaarder ter zitting erkend dat er een rekenfout in de afrekening heeft gezeten, welke fout uiteindelijk in de civiele procedure is opgelost. Het verzet en de klacht is op deze onderdelen gegrond. Omdat de gerechtsdeurwaarder inmiddels ontslag heeft gekregen, nadat hij door de kamer is geschorst, wordt volstaan met het opleggen van een berisping. Lees hier verder. 

ECLI:NL:TGDKG:2018:35 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Klaagster heeft zich niet aan de afspraak gehouden dat zij bij alle aflossingen dossiernummers zou vermelden. Gelet op de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 31 mei 2011 (ECLI:NL:TGDKG:2010:108) is het niet in strijd met de tuchtrechtelijke norm dat de gerechtsdeurwaarders daarom de betalingen zonder dossiernummers hebben geboekt in andere dossiers dan door klaagster was bedoeld. Klacht ongegrond. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:33 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De kamer overweegt dat de opdracht een vonnis te betekenen, betaling aan te zeggen en beslag te leggen niet zonder meer een vrijbrief was om zonder overleg een betalingsregeling overeen te komen Te meer nu klaagster in haar brief van 29 juni 2016 expliciet heeft opgenomen dat zij verzoekt om beslag te leggen op alles wat mogelijk is en op de hoogte wil blijven van alle stappen die de gerechtsdeurwaarder gaat nemen. Klacht gedeeltelijk gegrond, geen reden voor opleggen maatregel. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:32 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarder wel degelijk binnen een redelijke termijn steeds op de verzoeken van klager om informatie heeft gereageerd. De gerechtsdeurwaarder is bij een onder bewind gestelde in beginsel verplicht om met of via de bewindvoerder te communiceren. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klager naar zijn bewindvoerder te verwijzen voor (verzoeken om) informatie terzake zijn dossiers. Het is uiteindelijk aan de werkgever van klager om de beslagvrije voet op correcte wijze toe te passen. Klacht ongegrond. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:30 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Anders dan de voorzitter in de beslissing van 14 maart 2017 in rechtsoverweging 4.3 heeft overwogen, overweegt de kamer dat de vergissing van de gerechtsdeurwaarder om één van de drie dossiers na het vonnis van de kantonrechter niet te sluiten wel degelijk tuchtrechtelijk laakbaar is. De kamer is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet heeft voldaan aan artikel 4 van de Verordening beroeps- en gedragsregels van de Gerechtsdeurwaarders en kennelijk gebruik heeft gemaakt van een niet sluitend computersysteem. De gerechtsdeurwaarder had tevens alvorens klager te dagvaarden beter moeten onderzoeken of de vordering nog daadwerkelijk open stond. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder dit heeft gedaan. Verzet gegrond met oplegging van geldboete € 250,--. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:29 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De kamer stelt vast dat de brief van de gerechtsdeurwaarder van 19 december 2016 niet voldoet aan de criteria van artikel 8 lid 2 Btag. Dat de gerechtsdeurwaarder dit heeft erkend en heeft aangegeven dat het kantoor heeft besloten de zin met betrekking tot de kosten uit de betreffende brief te verwijderen en een format voor alle vergeefse beslagpogingen te gebruiken, doet er niet aan af dat er een onjuiste brief op het adres van klaagster is achtergelaten en klaagster hier niet over is geïnformeerd. Verzet gegrond, klacht t.a.v. de brief van gerechtsdeurwaarder 19 december 2016 gegrond, klacht voor het overige ongegrond. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:28 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Beslag op auto, vrijwaringsbewijs. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens. Verzet ongegrond. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:26 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten berusten op door de overheid vastgestelde en in het Besluit tarieven ambtshandeling gerechtsdeurwaarders neergelegde tarieven. Niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder andere of hogere kosten in rekening heeft gebracht. Lees hier verder. 

ECLI:NL:TGDKG:2018:27 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Gerechtsdeurwaarder sub 1: Klaagster is er niet van op de hoogte gebracht dat het gerechtsdeurwaarderskantoor is gefuseerd. Vervolgens is klaagster per abuis meegenomen in het project waarbij gekeken werd of langlopende zaken op kortere termijn geregeld konden worden. Daar komt nog eens bij dat er opzettelijk onjuiste informatie is verstrekt, namelijk de mededeling dat de verwarrende mededeling was te wijten aan een hack – wat niet het geval was. De mededelingen van (of namens) een gerechtsdeurwaarder aan een schuldenaar moeten zo helder mogelijk en naar waarheid zijn. Nu dat hier niet is gebeurd levert dat een tuchtrechtelijk verwijt aan de gerechtsdeurwaarder sub 1 op. Klacht gegrond met maatregel van berisping. Gerechtsdeurwaarder sub 2: Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft erkend dat hij het verzoek van klaagster om een overzicht van betalingen abusievelijk over het hoofd heeft gezien. Niet gebleken is dat sprake is van een grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Klaagster heeft gerechtsdeurwaarder sub 2 ook een jaar lang niet meer aan haar verzoek om een overzicht herinnerd. Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft nadat klaagster haar verzoek heeft herhaald binnen een redelijke termijn alsnog het verzochte overzicht verstrekt en heeft daarbij excuses aangeboden. De fout is hersteld en is niet zo ernstig dat deze niet op deze wijze opgelost kan worden. Klacht ongegrond. Lees hier verder. 

ECLI:NL:TGDKG:2018:20 kamer voor gerechtsdeurwaarders

De gerechtsdeurwaarders hebben de klachten van klager afdoende in de interne klachtenregeling doorlopen en onderdelen van de klacht als juist erkend. De gerechtsdeurwaarders hebben klager gecompenseerd door het totaalbedrag van de door klager verrichte betalingen tevens in mindering te brengen in het nieuwe dossier. Ook hebben de gerechtsdeurwaarders de kosten van het bankbeslag afgeboekt. Klacht ongegrond. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:44 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Beslissing op verzet. Gedeeltelijk gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft de opdrachtgever (pas een jaar later) laten weten de opdracht niet te kunnen aannemen vanwege belangenverstrengeling. Gelet op artikel 11 Gerechtsdeurwaarderswet, in samenhang met artikel 6 Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders, kan de gerechtsdeurwaarder een gekregen opdracht niet zonder meer weigeren op grond van onverenigbaarheid. Van belang is deze zaak is het dat onverenigbaarheid verder gaat dan het enkele feit dat gevraagd wordt een ambtshandeling te verrichten jegens een partij die al opdrachtgever is van de gerechtsdeurwaarder. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:43 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Klacht ongegrond. Klager stelt dat de gerechtsdeurwaarder ten onrechte beslag geeft gelegd onder een bank waar hij geen rekening heeft lopen. Ten aanzien daarvan overweegt de Kamer dat er in het geval van beslaglegging onder een derde een gerechtvaardigd vermoeden moet zijn van een relatie tussen de derde en de schuldenaar. De gerechtsdeurwaarder heeft in opdracht van de schuldeiser beslag heeft gelegd onder de bank. Uit de overgelegde producties blijkt dat het schuldeiser die heeft aangegeven dat klager (onder meer) bij deze bank zou bankieren. Aan de mededeling van de schuldeiser kon de gerechtsdeurwaarder een redelijk vermoeden ontlenen dat klager een rekening bij de betreffende bank. De gerechtsdeurwaarder heeft dan ook niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door beslag onder de bank te leggen. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:42 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: één week schorsing. Het uitgangspunt bij de beoordeling van de klacht is dat volgens artikel 19 van de Gerechtsdeurwaarderswet, de kwaliteitsrekening (hierna ook: de derdenrekening) uitsluitend bestemd is voor gelden die de gerechtsdeurwaarder in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden onder zich neemt en voor gelden die aan hem worden toevertrouwd ten behoeve van derden. De gerechtsdeurwaarder mag van deze rekening uitsluitend betalingen doen aan de rechthebbenden, waarbij in het geval er van de kwaliteitsrekening wordt overgeboekt naar de bankrekening van het kantoor eerst moet zijn vastgesteld dat de bewaringspositie (hiervoor) toereikend is. Artikel 5 van de Administratieverordening gerechtsdeurwaarders heeft een overeenkomstige strekking. Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft erkend € 10.000,- te hebben opgenomen van de kwaliteitsrekening, terwijl hij wist, dan wel behoorde te weten dat hij daar niet aan mocht komen. In de eerste plaats omdat hij daarmee een tekort zou veroorzaken en ten tweede betrof het niet zijn eigen kwaliteitsrekening. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:41 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Klacht ongegrond. Klager is ten onrechte in de veronderstelling dat executiekosten pas verschuldigd zijn als deze uitdrukkelijk in het vonnis worden genoemd. Op grond van een uitspraak van de Hoge raad (ECLI:BL:HR:2010:BL1116) levert een vonnis ook een executoriale titel op voor nadien gemaakte kosten. De rechter kan immers niet weten of executie noodzakelijk zal zijn; er kan namelijk ook vrijwillig aan een vonnis worden voldaan. Van enig klachtwaardig tuchtrechtelijk handelen is dan ook geen sprake. Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:40 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Klacht ongegrond. Klager stelt schending van zijn privacy, doordat de gerechtsdeurwaarder zijn werkgever op de hoogte heeft gebracht van zijn veroordeling door de meervoudige strafkamer, waardoor hij mogelijk zijn baan zou verliezen. Bij het leggen van loonbeslag, dient de gerechtsdeurwaarder het proces-verbaal van beslaglegging, een afschrift van de titel (i.c. het dwangbevel) en een door de werkgever in te vullen derdenverklaring mee te betekenen op grond van artikel 475 lid 2 Rv. Uitvoering volgens dit artikel kan dus niet leiden tot tuchtrechtelijk onbehoorlijk handelen. Een (mogelijke) gevolg van het gelegde beslag kan de gerechtsdeurwaarder niet worden aangerekend.  Lees hier verder.

ECLI:NL:TGDKG:2018:39 kamer voor gerechtsdeurwaarders

Klacht (gedeeltelijk) gegrond. Maatregel: waarschuwing. De gerechtsdeurwaarder had geen uitdrukkelijke (schriftelijke) toestem¬ming van het kind om de opdracht uit te voeren. De opdracht is aangenomen via de moeder, waarbij gerechtsdeurwaarder is uitgegaan van de mededelingen van de moeder. Anders dan de overtuiging van de gerechtsdeurwaarder dat de (impliciete) toestemming is gelegen in de familiebetrekkingen, was de uitdrukkelijke toestemming van het (inmiddels) meerderjarig kind wel degelijk vereist. Lees hier verder.

Jurisprudentie

Rechtbank Rotterdam, 28 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2712

Kort geding. Intrekking van een Europees bankbeslag, gelegd in Polen na eerder verlof van de Nederlandse voorzieningenrechter. Vo. (EU) Nr. 655/2014 van 15 mei 2014. Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1823 van de Commissie van 10 oktober 2016. Uitvoeringswet verordening Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen. Tevens opheffing (Nederlands) conservatoir beslag. Vordering wegens ‘uitholling onderneming’ niet aannemelijk. Lees hier verder.

Accountantskamer moet klacht inhoudelijk beoordelen

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelt vandaag in hoger beroep dat de accountantskamer ten onrechte niet is toegekomen aan de inhoudelijke behandeling van een klacht tegen een accountant.
De accountantskamer had die beslissing genomen omdat de klager het beginsel van concentratie van klachten had geschonden. Dit beginsel houdt in dat een klager zoveel mogelijk zijn klachten tegen een accountant tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig maakt. Lees verder op rechtspraak.nl.

Bestuursorgaan betaalt de rekening bij fouten van de rechtbank

Komt in een procedure bij de Raad van State vast te staan dat een besluit van een bestuursorgaan onrechtmatig is, dan zal dat bestuursorgaan in de regel veroordeeld worden in de proceskosten. Dit was althans de heersende lijn in de rechtspraak. Met de onderstaande uitspraak wordt een nieuwe weg ingeslagen en wordt aangesloten bij jurisprudentie van de andere hoogste bestuursrechters.
Niet langer de rechtmatigheid van het besluit is bepalend voor de vraag wie er in de proceskosten wordt veroordeeld, maar het slagen van het rechtsmiddel. Wie succesvol (hoger) beroep instelt tegen een besluit, ook al is dat besluit rechtmatig, heeft vanaf nu toch recht op een proceskostenvergoeding. Lees verder op recht.nl.

Agenda

april

12

KBvG Werkgroep Privacy handboek

13

Overleg cie toetsing en bestuur KBvG

16

Overleg inzake toekomstvisie juridische beroepen

16

NBA - Overleg met voorzitters en directeuren van de beroepsorganisaties

17

Congres Inspectie SZW: De staat van arbeidsveiligheid

18

Overleg KBvG en Cvdg

19

Klankbordgroep in kader van 'Businesscase gegevensuitwisseling beslag'

20

Overleg KBvG en HU inzake opleiding nieuwe stijl

22

KBvG Auditorenmiddag

25

KBvG en J&V herziening beslag- en executierecht

26

Commissie Toetsing KBvG normen voor kwaliteit

26

Ledenraad

27

Koningsdag - Bureau KBvG gesloten

30

KBvG Werkgroep Privacyhandboek

Actualiteiten

Rechtspraak verlegt focus van automatiseren juridische procedures naar vergroting digitale toegankelijkheid

De Rechtspraak verlegt de focus van het automatiseren van juridische procedures naar vergroting van de digitale toegankelijkheid. Dat schrijft de Raad voor de rechtspraak in een brief aan minister Dekker voor Rechtsbescherming. De digitalisering wordt daarmee eenvoudiger en beter te beheersen. Uit extern onderzoek is gebleken dat de Rechtspraak heeft onderschat hoe ingewikkeld het is om juridische procedures te digitaliseren.

Aan informatie op Belastingdienst.nl kan geen vertrouwen worden ontleend

Een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt zelden. Ook in dit geval mocht een huurster niet uitgaan van informatie die stond op de website van de Belastingdienst/Toeslagen: deze informatie is slechts informatief—en niet leidend. Lees verder op recht.nl.

Hoge Raad en parket bij de Hoge Raad: focus op rechtsontwikkeling

“Als hoogste rechter op het gebied van burgerlijk -, straf- en belastingrecht beoordeelt de Hoge Raad zaken niet helemaal opnieuw. Hij concentreert zich op de juridische kant van de zaken en stelt niet opnieuw de feiten vast. De Hoge Raad stimuleert dat het recht in het hele land op dezelfde manier wordt uitgelegd. En via zijn uitleg van juridische regels kan de Hoge Raad ook het recht verduidelijken en verder ontwikkelen. Rechtsontwikkeling heet dat of ook wel rechtsvorming. Zo neemt de Hoge Raad vaak beslissingen die niet alleen de rechten van de partijen in dat proces beschermen, maar ook aan veel meer mensen de richting wijzen op juridisch gebied.” Lees verder op rechtspraak.nl.

Definitief geen aparte begroting rechtspraak

Er komt definitief geen eigen begroting voor de rechtspraak. De Tweede Kamer heeft het initiatiefwetsvoorstel van Michiel van Nispen dinsdag 3 april verworpen. Lees verder op mr-online.nl.