Print deze pagina
« Vorige | Deze week | Volgende »

Nieuws van de Week

week 20,  2018

Inhoud

Colofon

Het nieuws van de week wordt samengesteld door diverse enthousiaste collega’s.

Indien u wilt reageren op het Nieuws van de Week, dan kunt u uw reactie sturen aan de redactie

KBvG nieuws

Uitspraak Hof Amsterdam over het declareren van kosteloze exploten

Op 24 april 2018 deed het Gerechtshof Amsterdam uitspraak inzake de kosten van de gerechtsdeurwaarder die onder een afgegeven toevoeging gedeclareerd kunnen worden. Het Hof onderscheidde in de uitspraak drie situaties:

1. De schuldenaar voldoet de vordering volledig, inclusief de kosten van de verrichte ambtshandelingen: de gerechtsdeurwaarder declareert niets bij het LDCR.
2. De schuldenaar voldoet niets: de gerechtsdeurwaarder dient zijn declaratie in bij het LDCR en ontvangt 75% van het bedrag dat hij volgens het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders zouden hebben mogen berekenen.
3. De schuldenaar voldoet de vordering deels: de gerechtsdeurwaarder brengt zijn kosten in mindering op hetgeen is voldaan en draagt het overige af, dan wel hij declareert bij het LDCR voor zover hij uit de opbrengst minder heeft ontvangen dan 75% van zijn kosten.

Kort gezegd komt het er op neer dat het Hof heeft bepaald dat de gerechtsdeurwaarder eerst zal proberen zijn explootkosten bij de schuldenaar te incasseren en als dat niet lukt, dan pas te declareren bij het LDCR.

In de Regeling vergoeden kosteloze exploten (behorend bij het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000) is echter bepaald dat de gerechtsdeurwaarder elke maand een aanvraag kan indienen van de door hem of haar in de voorgaande maand verrichte ambtshandelingen. De regeling van LDCR en de uitspraak van het Hof bijten elkaar dus: de gerechtsdeurwaarder zal immers niet in de opvolgende maand bij het LDCR kunnen declareren in het geval hij eerst zijn kosten bij de schuldenaar zal moeten proberen te incasseren.

De KBvG heeft het LDCR gevraagd om hun visie op deze kwestie. Daarbij is meegegeven dat wij erop vertrouwen dat gerechtsdeurwaarders in dergelijke casussen - d.w.z. het geval waarin blijkt dat de explootkosten niet (volledig) bij de schuldenaar geïncasseerd kunnen worden - hun exploten alsnog bij het LDCR kunnen declareren op een later moment. Nader bericht volgt hierover zodra LDCR heeft gereageerd.

Medewerking gevraagd aan enquête over vooropleiding gerechtsdeurwaarders

Mr. dr. Irene Visser, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen, vraagt de gerechtsdeurwaarders mee te werken aan een enquête, die u via deze link kunt invullen. Met de enquête wil zij inzicht krijgen in de mening van gerechtsdeurwaarders over de vereiste vooropleiding. Momenteel is dat een HBO-opleiding, maar er wordt ook wel gepleit voor een WO-opleiding. De resultaten van de enquête worden gebruikt voor een artikel over de wenselijkheid van academische scholing van gerechtsdeurwaarders. Het invullen van de enquête duurt maximaal 10 minuten. Er zijn meerkeuzevragen (waarbij u een van de antwoorden kiest), maar ook open vragen. Daarbij moet een korte toelichting wo0rden gegeven op het door u gekozen antwoord. De enquête is anoniem. Indien u geïnformeerd wil worden over de uitslag ervan, kunt u bij de laatste vraag uw e-mailadres invullen (de enquête is dan niet meer anoniem). Indien u vragen of opmerkingen heeft over de enquête, dan kunt u contact opnemen via Irene.Visser@rug.nl.

Wetgevingsnieuws

Eerste Kamer akkoord met uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met de uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming. Ondanks het formele karakter van een verordening laat de verordening ruimte aan de nationale wetgever om keuzes te maken. Hiermee heeft de verordening in materieel opzicht op deze punten het karakter van een richtlijn. Van deze ruimte is in deze Uitvoeringswet op verschillende punten gebruikgemaakt. Lees verder op recht.nl

Vragen over schuldenaars onder schrikbewind

Lees hier verder.

Vragen over de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Belastingdienst

Lees hier verder.

Jurisprudentie

Prejudiciële vragen over artikel 6:265 lid 1 BW (ontbinding huur sociale woonruimte)

De voorzieningenrechter te Amsterdam is voornemens om aan de Hoge Raad de volgende prejudiciële vragen te stellen:

1) Dient artikel 6:265 lid 1 BW letterlijk te worden uitgelegd in die zin dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij het maken van een uitzondering hierop gerechtvaardigd is aan de hand van de in de wet genoemde gezichtspunten? Zo niet, hoe dient deze bepaling dan te worden uitgelegd?
2) Is er aanleiding bijzondere eisen te stellen ten aanzien van ontbinding van een overeenkomst van huur en verhuur van sociale woonruimte, ervan uitgaan dat zulke woonruimte schaars is?

Klik hier voor het tussenvonnis.

Uitleg overgangsbepalingen Landelijk Procesreglement civiele dagvaardingszaken

In dit arrest gaat het om een puur procesrechtelijke vraag. In hoger beroep had het hof een zaak op de rol geplaatst voor het nemen van een memorie van grieven en de zaak vervolgens tweemaal aangehouden. Daarna heeft het hof de zaak verwezen naar een roldatum op een termijn van 53 weken. Dat alles gebeurde conform de vierde versie van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven (LPR). Echter, na ommekomst van de 53 wekentermijn was inmiddels de zevende versie van het LPR van toepassing. Lees verder op recht.nl

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 16 april 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:71

Beroepsaansprakelijkheid notaris, uitbetaling geld van derdengeldrekening zonder rekening te houden met aanspraak derde. Lees hier verder.

Rechtbank Limburg, 26 april 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:4070

Ontbonden huwelijksgoederengemeenschap; art. 3:300 BW; verdeling aandelen B.V. Lees hier verder.

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 2 mei 2018, ECLI:NL:OGEAA:2018:246

Civiel, betekeningsperikelen, internationale kennisgeving van het verzoek, artikel 15 van het Haags Betekeningsverdrag 1965. Lees hier verder.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 mei 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1978

Renvooiprocedure. Beslag op toekomstige vordering. Reikwijdte artikel 475 lid 1 Rv. Lees hier verder.

Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:411

Aansprakelijkheid van een advocaat jegens de wederpartij van diens cliënt? Lees hier verder.

Gerechtshof Amsterdam, 6 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:821


Executiegeschil inzake vonnis in kort geding tot ontruiming winkel-/opslagruimte. Inmiddels onherroepelijk komen vast te staan dat gedaagde geen huurder was. Lees hier verder.

Gevoelige nederlaag Arag: verzekeraar moet alle advocaatkosten betalen

‘De vergoeding van de advocaatkosten is niet aan een limiet gebonden, mits de kosten als normale en gebruikelijke kosten zijn te beschouwen.’ Om deze polisvoorwaarden van rechtsbijstandsverzekeraar Arag draaide een recente rechtszaak, aangespannen door een verzekerde bij wie Arag toch een limiet van 100.000 euro had gesteld. De tot nog toe door de vrouw gemaakte kosten voor rechtsbijstand - ruim 80.000 euro met nul resultaat - vond Arag niet ‘normaal en gebruikelijk’. Lees verder op Advocatie.nl

Frauderende notaris Voorwinde uit ambt ontzet

De Kamer voor het Notariaat in Amsterdam heeft de frauderende notaris Bart Voorwinde dinsdag uit het ambt ontzet. Voorwinde onttrok grote bedragen aan de derdengeldenrekening van zijn kantoor, naar nu blijkt zelfs nog op de dag van zijn spoedschorsing in december 2017. De bewaringspositie was jaren negatief, tot liefst 2,2 miljoen euro op 8 december. Voorwinde verhulde dit met vervalste bankafschriften. Lees verder op Advocatie.nl

Agenda

mei

18

Commissie Herijking Btag

22

Commissie Toetsing KBvG normen voor kwaliteit

22

KBvG Auditorenmiddag

25

Klankbordgroep 'Businesscase gegevensuitwisseling beslag'

28

Bijeenkomst samenwerkingspartners schuldhulpverlening

31

Overleg KBvG en BFT

31

KBvG bestuur

juni

1

ALV KBvG

Actualiteiten

VVD: geen advocaat in hoger beroep na kantonzaak

Minister Dekker (Rechtsbescherming) gaat onderzoeken of het mogelijk is de verplichte procesvertegenwoordiging bij kantonzaken in hoger beroep af te schaffen. Hij doet dat op verzoek van het Tweede-Kamerlid Foort van Oosten (VVD). Lees verder op advocatenblad.nl

Het proces-verbaal in de civiele procedure

De afgelopen decennia is het belang van de mondelinge behandeling in de civiele procedure toegenomen en daarmee ook het belang van het proces-verbaal.
Of een proces-verbaal moet worden opgesteld en in hoeverre partijen op de inhoud daarvan invloed kunnen uitoefenen, is onder het huidige recht per mondelinge behandeling verschillend. Lees verder op recht.nl

Verdeeldheid binnen Raad van State

De Afdeling advisering van de Raad van State is verdeeld en naar binnen gekeerd. Dat is de conclusie van een intern onderzoeksrapport, bericht de Volkskrant maandag.
Het rapport van 75 pagina’s over de Afdeling advisering werd opgesteld door een commissie van drie staatsraden. Het stuk, dat uit 2016 dateert, is in handen van de Volkskrant. Lees verder op Advocatenblad.nl

Raad van State neemt afscheid van het begrip 'marginale toetsing'

In het jaarverslag 2017 van de Raad van State staat dat de Afdeling Bestuursrechtspraak afscheid heeft genomen van het begrip 'marginale toetsing' en dat zij voortaan niet meer de termen 'beoordelings- en beleidsvrijheid' gebruikt, maar 'beoordelings- en beleidsruimte' van bestuursorganen. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de rechtsbescherming? Lees verder op recht.nl

Na e-Court, nu een private judge in het familierecht?

Wie in het familierecht werkzaam is, weet dat het verkrijgen van een echtscheidingsuitspraak een fluitje van een cent is, maar het regelen van de gevolgen van een echtscheiding vaak een langdurig en ingewikkeld proces. Dat geldt met name voor de afwikkeling van het vermogensrechtelijke deel van een scheiding. Daarvoor bestaat vanaf 1 september 2018 een alternatief: de Private Judge. Lees verder op recht.nl

NOvA verliest bevoegdheid over geheimhoudingsplicht

De Nederlandse Orde van Advocaten verwacht de bevoegdheid te verliezen om de geheimhoudingsplicht van advocaten te versoepelen. Deze regeling zou in strijd zijn met de Grondwet.
Artikel 11a van de Advocatenwet verplicht de advocaat tot geheimhouding van alles waarvan hij door zijn beroepsuitoefening kennis neemt. De regeling bepaalt echter ook dat van de verplichting afgeweken kan worden middels een verordening van het college van afgevaardigden van de NOvA. Lees verder op Advocatenblad.nl